10 tips voor het maken van een spreekbeurt/werkstuk over dyslexie
Als je zelf last hebt van dyslexie, kan het een goed idee zijn om er een spreekbeurt over te houden. Op deze manier kun je al je klasgenoten in één keer laten weten dat je het hebt en begrijpen ze meteen beter wat het is.

1) Het is leuk om persoonlijke ervaringen in een spreekbeurt/werkstuk te verwerken. Klasgenoten kunnen zich hierdoor makkelijker inleven.


2) Op Internet is heel veel informatie te vinden. Helaas valt er een hoop onzin te lezen over dyslexie. Het is moeilijk te weten welke informatie nu betrouwbaar is en welke niet. Als op een website wordt aangegeven waar informatie vandaan komt, dan is dat in ieder geval een goed teken. Let er ook op dat de informatie die je gebruikt niet te oud is, want ook in de afgelopen jaren is men nog veel te weten gekomen over dyslexie. Betrouwbare informatie vind je in ieder geval op deze website en in het Dossier Dyslexie van het Klokhuis (NPS).


3) Vertel dat we het woord “dyslexie” geleend hebben uit de Griekse taal en dat het letterlijk betekent “niet goed in woorden” (dys=niet goed/lexis=woorden). Dat is eigenlijk een beetje misleidend, want mensen met dyslexie hoeven helemaal geen problemen met woorden te hebben. Pas als woorden gelezen of geschreven moeten worden, dan is het vaak een probleem.


4) Je kunt je spreekbeurt verlevendigen door een kort dictee af te nemen bij je klasgenoten, met daarin woorden die voor iedereen moeilijk te schrijven zijn (zoals 'misschien' en 'wanneer' of zelfs 'eczeem', 'sperzieboon' en 'onmiddellijk'). Je klasgenoten kunnen dan ervaren hoeveel inspanning het schrijven kost, als je voortdurend onzeker bent over de spelling.
  
5) Maak een quiz waarbij je klasgenoten steeds moeten zeggen of een uitspraak waar is of onwaar. Het is daarbij makkelijk om de rubrieken Misverstanden en Wist u dat… van deze website 
te gebruiken.


6) Wat altijd interessant is, is om een opsomming te geven van beroemde mensen met dyslexie, zoals Leonardo Da Vinci, Mozart, Einstein, Walt Disney, Pablo Picasso, Tom Cruise, Will Smith, Prins William, Whoopi Goldberg en kinderboekenschrijver Jacques Vriens. Als je in Google “beroemde dyslectici” intikt, vind je er nog veel meer.


7) Op internet is het makkelijk om plaatjes te vinden voor je werkstuk. Zo kun je bijvoorbeeld afbeeldingen zoeken met zoekmachines, zoals Google, maar kun je ook kijken op fotowebsites, zoals Flickr. Gebruik naast de zoekterm “dyslexie” ook de zoektermen “lezen” en “schrijven”. Met de Engelse zoektermen “dyslexia”, “reading” en “writing” vind je waarschijnlijk nog meer plaatjes.


8) Voor je werkstuk kan het interessant zijn om een interview te houden met iemand die veel van dyslexie weet. Als je zelf geholpen wordt voor je dyslexie, dan ken je waarschijnlijk al zo iemand.


9) Sommige van je klasgenoten kennen waarschijnlijk ook de term “woordblindheid”. Je kunt vertellen dat men dyslexie vroeger zo noemde, omdat men dacht dat het kwam door een probleem met de ogen. Nu wordt de term “woordblindheid” eigenlijk niet meer gebruikt, omdat men nu weet dat dyslexie een taalprobleem is en dus niet iets aan de ogen.


10) Vertel iets over hulpmiddelen die mensen met leesproblemen kunnen gebruiken. Als er een computer in het klaslokaal is of als je een laptop hebt, dan is het leuk om zo een programmaatje te laten zien. Bijvoorbeeld een programma dat stukjes tekst voorleest, waaronder zinnen die je zelf schrijft. Verschillende programma’s kun je gratis downloaden op internet. In de rubriek Gratis hulpmiddelen op deze website vind je een overzicht.